Ambities formuleren

Ambities motiveren als ze goed worden afgestemd op de behoefte en de capaciteit van een persoon. Zowel te lage als te hoge ambities motiveren niet. De ambities voor het Fries kunnen per school en zelfs per individuele leerling verschillen. Scholen met een grote populatie Friestalige leerlingen steken het Fries waarschijnlijk anders in dan scholen met weinig Friestalige leerlingen. Voor hen is het leren van het Fries vergelijkbaar met het leren van een vreemde taal.

Leerlingen die thuis Fries spreken zullen het niveau A1 al (vroeg) in de onderbouw van het basisonderwijs beheersen, vooral als het gaat om doelen binnen de domeinen yn petear, harkje en sprekke. Voor de taaldomeinen skriuwe en lêze zijn de meeste leerlingen, ook de Friestalige, afhankelijk van school. Leerlingen die thuis Nederlands spreken zullen voor alle taaldomeinen afhankelijk zijn van het onderwijs.
Behalve dat de thuistaal van invloed is op de te behalen ambities, hebben ook de cognitieve capaciteiten én de motivatie van leerlingen invloed.

Doelen afstemmen op uw taalprofiel (Taalplan 2030)
In het kader van Taalplan 2030 heeft elke school een schoolprofiel toegewezen gekregen. De ambities van de school dienen in lijn te liggen met dit profiel. Heeft uw school bijvoorbeeld Profiel D (basisonderwijs) dan moeten er minstens ambities geformuleerd zijn ten aanzien van harkje en sprekke. U hoeft op dit moment nog geen aanbod te hebben voor de domeinen lêze en skriuwe.
Het doel van Taalplan 2030 is dat in het jaar 2030 iedere school in Fryslân een volledig aanbod Fries heeft, dus een profiel A. Dat betekent dat u in 2030 ambities moet formuleren voor àlle domeinen! Om stapsgewijs naar profiel A toe te groeien, kunt u er voor kiezen om, binnen het profiel D, ambities te formuleren voor bijvoorbeeld het domein lêze. Dit is namelijk het domein dat profiel C extra aanbiedt ten opzichte van profiel D.

Gebruik het rrF:

Om ambities te formuleren kunt u heel goed gebruik maken van het Referinsjeramt Frysk (rrF). De zogenoemde ‘ik kin’-beweringen beschrijven kennis, inzicht en vaardigheden aangaande de Friese taal. De beschrijvingen voor de mondelinge- en schriftelijke taalbeheersing zijn opgedeeld in vijf niveaus: A1 – A2 – B1 – B2 – C1. Het A-niveau representeert een beginnende taalspreker: De spreker heeft de omgeving en de gesprekspartner nodig om zich duidelijk te maken en begrepen te worden. Het taalgebruik bestaat uit ‘dagelijkse taal’. Het B-niveau representeert een meer gevorderde taalgebruiker: De gespreksonderwerpen kunnen dan zakelijker en abstracter zijn. Ook school- en vaktaal vallen onder het B-niveau. Het C1-niveau representeert het niveau: near-native speaker. De taalgebruiker kan dan alle gesprekssituaties aan.

Afhankelijk van de visie op Frysk en de taal-achtergrond van de leerlingen kunnen de eind- en subdoelen per domein verschillen.

Veel Friestalige leerlingen? Dan zijn er verschillende keuzes:

  1. Het verhogen van het ambitie-niveau van A naar B1 of hoger OF
  2. Insteken op de domeinen skriuwe en lêze als aanvulling op de bestaande vaardigheden van de leerlingen. De ambities kunnen dan gesteld worden op bijvoorbeeld A1 of A2 terwijl voor spreken en luisteren de ambitie op B1 of B2 zijn gezet. 


Veel Nederlandstalige leerlingen?
Ook nu zijn er verschillende keuzes:

  1. Leg je de nadruk op de functionele domeinen harkje, yn petear & sprekke OF
  2. op de passieve aspecten van de taal: harkje en lêze?

U kunt de adviseurs van Cedin vragen om advies en ondersteuning bij het opstellen van ambities passend bij uw schoolprofiel, leerlingenpopulatie en visie op Fries.

Bel 088-0200 300 of mail naar info@cedin.nl